Giertank

Gloednieuwe zelfrijdende giertank
Tandem mesttank met zuigarm bovenop het giervat, ook wel rugzuigarm genoemd
gele mestconatainer opgevuld door een giertank getrokken door een tractor en leeggemaakt door een zelfrijdende mestinjecteur
Links een zelfrijdende mesttank met twee assen en een zuigarm. De machine vult zijn giervat uit een mestcontainer. Rechts een drieassige mesttank met draaikrans bovenop de voorste as die de mestcontainer bijvult.

Een gier- of (drijf- of meng)mesttank, ook wel beer- of aalton genoemd, is een landbouwwerktuig om vloeibare mest (gier, drijfmest of digestaat) uit de opslagplaats te halen en deze, na transport naar het veld, eventueel al rijdend over het veld te verdelen.[1][2] In principe is het werktuig niets anders dan een tankaanhangwagen, tankoplegger of tankauto voorzien van een mestpomp en eventueel een verspreidingswerktuig. Een mesttank zonder verspreidingswerktuig, zoals afgebeeld in figuur I, kan de drijfmest enkel transporteren en niet verspreiden over de akker. Om die reden zijn de meeste mesttanks standaard uitgerust met een verspreidingswerktuig dat toelaat om met vloeibare mest bouw- of grasland te bemesten. De mesttank inclusief een verspreidingswerktuig wordt een (meng)mest- of gierverspreider, ook wel mengmestcombinatie genoemd.

Vloeibare mest afkomstig uit gierkelders van veehouders afkomstig van een biogasinstallatie wordt in het voorjaar opgepompt voor het bemesten van weides, braakliggende akkers, of akkers met een vanggewas. In het najaar worden geoogste akkers vaak opnieuw bemest met een mesttank, waarna een groenbemester op de akker wordt ingezaaid. Daarnaast wordt de mesttank regelmatig ingezet tussen de verschillende maaibeurten van grasland. Landbouwers, vooral veetelers, hebben dikwijls een mesttank in eigen bezit. De aankoop is financieel verantwoord omdat het werktuig veelvuldig in het jaar wordt gebruikt. Echter wordt er ook geregeld beroep gedaan op loonwerkers om het bemesten van grote oppervlakken sneller te doen verlopen. In plaats van dat de landbouwer telkens van de mestput naar de akker moet rijden, voorziet de loonwerker vaak een tweede mesttank die instaat voor het transport terwijl de andere mesttank op de akker blijft. Om de continuïteit van het bemesten nog verder te verbeteren kan een mestcontainer worden gebruikt aan de rand van het veld, zoals getoond in figuur II. Deze container, met een groot volume, fungeert als buffer tussen de mesttank die instaat voor het transport en de mesttank die verantwoordelijk is voor het bemesten van het land.[3]

Landbouwmachines komen hoofdzakelijk in drie uitvoeringen voor: zelfrijdend, getrokken of gedragen. Zelfrijdende landbouwmachines hebben een eigen motor die zorgt voor de voortbeweging van de machine. Getrokken of gedragen landbouwmachines vereisen een trekker of tractor om voort te bewegen. Een mesttank komt enkel in een zelfrijdende en getrokken uitvoering voor, al kan een sleepslangbemester worden beschouwd als een soort gedragen mestverspreider.

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001): Gier. Geraadpleegd op 12 mei 2024.
  2. Oosthoeks Encyclopedie Deel 10, 6de druk. A. Oosthoek's Uitgeversmaatschappij N.V., Utrecht [1916] (1968), "Mengmestcombinatie", p. 88. ISBN 90 6046 010 3.
  3. Vredo 19000V – Agrofotografie (30 maart 2013). Geraadpleegd op 22 september 2024.

From Wikipedia, the free encyclopedia · View on Wikipedia

Developed by Nelliwinne