Gnaeus Julius Agricola | ||||
---|---|---|---|---|
Geboortedatum | 13 juli 40 | |||
Sterfdatum | 23 augustus 93 | |||
Cursus Honorum | ||||
Consul in | 77 (consul suffectus) | |||
Praetor in | 68 | |||
Quaestor in | 64 te Asia | |||
Tribunus plebis in | 66-67 | |||
Persoonlijke gegevens | ||||
Familie | gens Julia | |||
Zoon van | Julius Graecinus en Julia Procilla | |||
|
Belangrijkste leden van de gens Julia | |
---|---|
(*) In Gens Julia door testamentum calatis comitiis |
Gnaeus Julius Agricola (Forum Julii (het huidige Fréjus), 13 juni 40 – aldaar, 23 augustus 93) was een Romeinse politicus, bestuurder en militair, die verantwoordelijk is voor een belangrijk deel van de verovering van Romeins Britannia. Zijn biografie, de De vita et moribus Iulii Agricolae, was het eerste gepubliceerde werk van zijn schoonzoon de historicus Tacitus, en is de bron voor het meeste van wat er over hem bekend is.
Geboren in een aanzienlijke Romeinse familie uit het zuiden van Gallië begon Agricola zijn militaire carrière in Britannia, waar hij diende onder gouverneur Gaius Suetonius Paulinus. In zijn daaropvolgende carrièrestappen was hij achtereenvolgens quaestor in de provincie Asia (64), vervolgens volkstribuun (66) en praetor (68). Tijdens het vierkeizerjaar (69) steunde hij Vespasianus. Toen Vespasianus keizer was geworden kreeg hij het militaire commando over Britannia. Nadat deze opdracht in 73 was geëindigd werd hij in Rome tot patriciër verheven. Daarna volgde een gouverneurschap van de provincie Gallia Aquitania en vervolgens een consulschap. Zijn carrière vond in 77 zijn bekroning toen hij tot gouverneur van Britannia werd benoemd. Daar voltooide hij de verovering van de gebieden die nu Wales en Noord-Engeland worden genoemd. Hij leidde zijn leger naar het uiterste noorden van Schotland, waar hij in een groot deel van de Lowlands fortificaties oprichtte. In 85 werd hij na een ongebruikelijk lange periode uit Britannia teruggeroepen. Daarna trok hij zich uit het militaire en openbare leven terug.