De nervus trochlearis,[4] in het Nederlands katrolzenuw,[5][6] is de vierde van de twaalf hersenzenuwen. De nervus trochlearis stuurt de bovenste schuine oogspier, de katrolspier, een van de uitwendige oogspieren, aan. Deze spier werkt via een mechanisme dat vergelijkbaar is met dat van een katrol. Bij een nervus trochlearis parese ziet de patient gekruiste dubbelbeelden.
De nervus trochlearis onderscheidt zich van de andere hersenzenuwen op de volgende manieren:
- Het is de kleinste zenuw gelet op het aantal axonen;
- Het legt de grootste intracraniële afstand af;
- Het is de enige hersenzenuw die aan de dorsale (achter-)kant van de hersenstam ontspringt; en
- De spier die wordt geïnnerveerd ligt aan de contralaterale kant van het lichaam.
- ↑ a b Bock, C.E. & Pool, P.H. (1842). Hand-atlas der ontleedkunde van den mensch, benevens een tabelsgewijs handboek der ontleedkunde. Hendrik Frijlink, Amsterdam.
- ↑ Jochems, A.A.F. & Joosten, F.W.M.G. (2003). Coëlho Zakwoordenboek der geneeskunde, 27ste druk. ElsevierGezondheidszorg, Doetinchem.
- ↑ a b Everdingen, J.J.E. van, & Eerenbeemt, A.M.M. van den (2012). Pinkhof Geneeskundig woordenboek, 12de druk. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten.
- ↑ Federative Committee on Anatomical Terminology (FCAT) (1998). Terminologia Anatomica. Thieme, Stuttgart.
- ↑ Pinkhof, H. (1923). Vertalend en verklarend woordenboek van uitheemsche geneeskundige termen. De Erven F. Bohn, Haarlem.
- ↑ Boon, T. den & Geeraerts, D. (Red.) (2005). Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse Taal, 14e editie. Van Dale Lexicografie BV, Utrecht/Antwerpen.