Reverse-transcriptase (RT) is een enzym dat RNA in copy- of complement DNA (cDNA) kan omzetten wat reverse-transcriptie genoemd wordt. Dit enzym maakt deel uit van het genoom van een retrovirus. De 'gastheercel' is in het algemeen niet in staat deze omzetting van RNA naar DNA te maken. Ook niet-retrovirussen, dsDNA-RT virussen, gebruiken reverse-transcriptase, zoals het hepatitis B virus. Eukaryoten hebben zelf het enzym reverse-transcriptase waarmee DNA-beschadigingen hersteld worden. In prokaryoten komen sequenties voor die coderen voor reverse-transcriptase, dat gebruikt wordt voor de vorming van msDNA. Voor het starten van de DNA-synthese is een primer nodig, die bij bacteriën tijdens de replicatie wordt aangemaakt.[2]
Reverse-transcriptaseremmers worden gebruikt bij virusinfecties, zoals hiv. Reverse-transcriptase is ook betrokken bij de replicatie van chromosoomeinden (telomerase) en sommige genetische elementen (retrotransposons).
Retroviraal reverse-transcriptase heeft drie biochemisch actieve sequenties:
Retrovirussen hebben een genoom dat bestaat uit twee strengen 'positief' RNA die direct coderen voor het enzym reverse-transcriptase. Met behulp van dit enzym wordt in de gastheercel een complementaire DNA streng gesynthetiseerd. Dit virale DNA, provirus genoemd, wordt dan in het genoom van de gastheer opgenomen en wordt met de transcriptie in RNA afgeschreven. Het provirus wordt met de celdeling vermenigvuldigd. Op deze wijze kunnen ook nakomelingen van de gastheer besmet zijn met het retrovirus.
Reverse-transcriptasen zijn ontdekt door Howard Temin op de University of Wisconsin–Madison in RSV virions[3] en onafhankelijk van hem in 1970 geïsoleerd door David Baltimore aan de Massachusetts Institute of Technology uit de twee RNA tumor virussen: R-MLV en opnieuw bij RSV.[4] Voor hun ontdekkingen kregen ze in 1975 samen met Renato Dulbecco de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde.
Het idee van reverse-transcription was in het begin zeer onpopulair, omdat het het centrale dogma van de moleculaire biologie dat stelt dat DNA getranscribeerd wordt in RNA en vervolgens wordt getransleerd in eiwitten, tegensprak. Echter toen in 1970 de wetenschappers Howard Temin en David Baltimore onafhankelijk van elkaar het enzym reverse-transcriptase ontdekten dat verantwoordelijk is voor de reverse-transcriptie werd eindelijk geaccepteerd dat het mogelijk is dat genetische informatie ook op deze wijze wordt doorgegeven.[5]
Reverse-transcriptases is uitvoerig bestudeerd bij:
Reverse-transcriptase maakt veel fouten tijdens de transcriptie van RNA in DNA, omdat het geen correctiemechanisme heeft. Hierdoor kunnen mutaties zich in het genoom opstapelen. Het commercieel beschikbare reverse-transcriptase van Promega maakt bij 1 op de 17.000 basen voor AMV een fout en 1 op 30.000 basen voor M-MLV.[8]